Column

Wilhelmina, steen des aanstoots

Valt er dan nog meer over mij te vertellen dan ‘de aanhouding in Goejanverwellesluis’? Ik denk van wel.

Ik kijk er nog wel eens naar, die kleine, kriebelige tekening, waarop u mijn koets tegengehouden ziet worden op een modderig landweggetje, in de druilerige regen. Niks heldhaftigs, geen filmisch jagende wolkenluchten. Gewoon een kaasboer uit Hekendorp die zijn zenuwen overschreeuwde en later tegen één van mijn bedienden bekende dat hij zich erin had laten praten om mee te doen. Hij had die dag liever kaas verkocht op de markt van Montfoort. In werkelijkheid keek hij een beetje twijfelend naar ons op, terwijl de regen uit zijn boerenkiel drupte. 

Ik was boos, weet ik nog. Die beroemde zin “Ik zal dit u in uw ogen doen druipen”, ik weet ook niet meer waar ik die vandaan haalde. Maar het is gezegd, toen de getrokken wapens op me gericht waren en ik als gevangene een boerderij in werd geduwd. En binnen een paar uur stond ik weer buiten. Was dit het dan? Was dit mijn bijdrage aan de wereldgeschiedenis? In feite wel, lieve mensen.

Oorlog

Want ik was nog niet thuis, of daar begon het diplomatiek verkeer. De brieven naar mijn broer, de koning van Pruisen. De man die een leger van meer dan twintigduizend soldaten naar Nederland stuurde: oorlog. Ik was de reden van een oorlog. De patriotten, die even daarvoor nog als praalhans over het Binnenhof paradeerden, intussen ‘democratie’ roepend, werden in drie weken verslagen. En die democratie? De dappere democraten hadden intussen wel vrijwel alle kranten verboden, geen Oranje-aanhanger mocht in hun burgermansparadijs stemmen en er was geen vrijheid van vergadering. Nee, ik en mijn geliefde echtgenoot, uw stadhouder Willem V van Oranje, waren ook bepaald geen democraten. Maar dat was vrijwel niemand in de tijd. De achttiende eeuw. De laatste dagen van de aristocratie.

Koets

‘Maak vrienden met uw onderdanen’, zei een adviseur laatst tegen me, ‘U kunt alle steun gebruiken als u weer terug naar het Binnenhof wilt’. En dat willen we. De komende tijd rijd ik door Nederland, met mijn favoriete vervoermiddel: de koets met een zesspan paarden. En ik vind overal iets van. Volgt u mij, onderdanen? Via Facebook of Twitter bijvoorbeeld?

Wel op gepaste afstand graag, ik ben tenslotte een prinses.

Aanhouden

En nu? Anno 2019 gebeurt het allemaal weer opnieuw. Vrijdagavond 13 september is er een ‘kaas en wijn-avond’ in het dorp en drinkt men zich moed in. En dan de zaterdag erna, 14 september, Open Monumentendag. De tijdmachine gaat aan in het dorp. Iedereen gaat terug naar die roemruchte dag in 1787. Opnieuw rijd ik in mijn koets, met mijn gevolg, mijn hofdames en mijn bedienden. En opnieuw zullen de patriotten me aanhouden, daar in Goejanverwellesluis, of ‘Hekendorp’, zoals het nu heet.

Ik mag toch hopen dat u, lezer, langs de kant staat, om ‘Oranje boven’ te zingen? Of bent u ook al zo’n patriot?


Wasgetekend: W. de Prusse, Princesse d’Orange